Stenkällerundan

7 juli 2025 - Baggekärr, Zweden

Tot 13.00 uur zal het droog blijven is de voorspelling. Vóór die tijd willen we nog een wandeling maken in Tivedens nationalpark. Dus staan we klokslag 08.30 uur in de ontbijtzaal. We zijn de eersten. Lucas heeft nog niet alles voor het ontbijtbuffet klaar gezet.

Zodra het gereed is genieten we weer van het lekkers, en gaan op tijd door naar de huvudentrèn hoofdingang van het park. Om kwart voor tien starten we de Stenkällerundan. Er staat 1,5 uur voor de 2,2 km lange route. Herkenbaar aan de boombanden met gele merken en twee stippen. “Het is wat klimmen in het begin, maar goed te doen” zegt de gids bij het hoofdgebouw.

Dan blijkt al snel dat de Zweedse referentiekaders toch wel anders liggen dan die van ons. Het is al snel best pittig klimmen en klauteren. Hoewel het Belgische gezin met drie kleine kinderen, van ongeveer 3, 5 en 6 jaar met doodgewone laarsjes aan, ons makkelijk inhalen. De twee oudste kinderen zijn niet te houden en stuiteren de rotsen op. De jongste blijft keurig aan moeders hand lopen. We kwamen hen bij de gids al tegen en toen zei de vader dat ze uit Wallonië komen. Dan lopen ze waarschijnlijk elk weekend wel in de Ardennen.

Wij modderen wel door met onze stokken en in ons tempo. Hoe dan ook, het is een uitdagende maar prachtige route.

De Stenkällen is een gigantische rotspartij. Enkele etages hoog. De route gaat er onderdoor, sluip-door-kruip-door. Helemaal onderaan staat een kistje met een schrift waarin je je naam en datum kan vermelden. Wij laten dat voorbijgaan en klauteren overlangs, toch wat minder lastig.

De gele route is één van de vijf routes die starten bij de hoofdingang. Daarom zijn er beduidend meer wandelaars dan op de routes eergisteren, die elders in het nationalpark starten. Dat mag de pret niet drukken. Het blijft indrukwekkend te lopen in dit oerbos. Op tweederde van de tocht komt het pad langs een meer. Prachtige doorkijken tussen de bomen door naar het water. Boven op een rots nemen we pauze, en zitten heerlijk om ons heen te kijken en te genieten van de natuur.

Na twee uur wandelen zijn we weer terug bij het hoofdcentrum. Bij een van de vele picknicktafels nuttigen we onze meegebrachte boterhammen. Bij de tafel naast ons gaat een rugtas open, waaruit een kussentje, doek voor op de tafel, primus en nog meer. Zweden zijn goed voorbereid op dit soort activiteiten.

Het begint te druppelen, de regen kondigt zich aan. We gaan voor een koffie en chokladbullar naar Tivedstorp, een hostel tegen het nationalpark aan. Het bestaat uit een twintigtal roodbruine gebouwen, voor enkele personen tot meerdere. De sfeer in de kaffestugan, koffieruimte annex spelletjesruimte annex eetzaal is ongedwongen.

Terug in onze stuga besluiten we de komende twee dagen in het zuiden van Zweden te bivakkeren, dan twee dagen in Kopenhagen en vervolgens door naar huis.

We boeken de accommodaties, gaan uitgebreid douchen, wat opruimen, schoonmaken en de eerste koffers al in de auto opbergen.

Voor het avondeten vertrekken we weer naar de kaffestugan van Tivedstorp. Reserveren hoeft niet, werd vanmiddag gezegd, “just show up”. Bij de ingang dien je al de menukeuze te maken, dat bestaat uit twee soorten pizza’s pannenkoeken of laxtallrik een zalmschotel. We kiezen beiden voor het laatste. Als we de eetzaal betreden zijn twee tafels bezet met elk twee personen van rond de zestig. Oude knarren. “Good Afternoon”  begroet ik vriendelijk. Er wordt omgekeken… en niets gezegd.

Ook goed. Het blijft een goede middag.

Na het eten rijden we de twee routes die Lucas ook had geduid naast die van eergisteren, waar elanden gezien zijn. Het eerste ligt dichtbij Tivedstorp. Het is een pad van circa 5 km naar een meer. We rijden zachtjes, ongeveer 15 km/uur op het onverharde pad. Het enige wat te horen moet zijn is het gekraak van de kiezelsteentjes als we er overheen rijden. Of van de diepe plassen op het pad die opspatten. Het regent nog steeds. We turen de bosranden af en speuren over de velden waar bomen gekapt zijn, en zoeken in de bossen. Het enige wild dat we zien is een haas die wegspringt. Na een half uur bereiken we het meer. En daar staan zowaar een camper en twee auto’s, waarvan een met een tent op het dak. Een klein meisje holt met laarsjes aan naar de camper.

We draaien om en gaan naar het andere pad. Dat ligt een 12 kilometer noordelijker. De afslag naar Röfors voorbij en dan het eerste pad rechts. We rijden weer langzaam, langs enkele boerderijen en woningen, die soms meer dan een kilometer van elkaar staan. We blijven zoeken naar de woudreus, aan de bosranden, over de gekapte vlaktes, in de bossen. Na 25 minuten krijgen we een meer aan de linkerhand. Even later buigt het pad naar rechts. Nog twee kilometer en we zijn weer op de verharde weg. Met nog 400 meter te gaan krijgen we rechts een vlakte waar de jonge begroeiing weer opkomt, nadat bomen zijn gekapt. “Daar!” wijst Jolanda. Of het nou een krokodil, giraf of nu een eland is, Jolanda ziet het altijd ’t eerst. Een vrouwtjeseland staat diep in het veld, tegen de bosrand aan. Ze moet ons gehoord hebben want de oren zijn gespitst. Prachtig. Het beest maakt een paar stappen en houdt ons in de gaten. Kijkt nog eens om, en stapt dan resoluut de bossen in.

Toch gelukt een eland te spotten; missie geslaagd.

Foto’s

7 Reacties

  1. Marjatta Onkenhout:
    7 juli 2025
    Haha, het is gelukkt met een eland in de natuur te zien.
  2. Wilma:
    8 juli 2025
    Wauw! Wat gaaf!
  3. Bert:
    8 juli 2025
    Ja dat is echt prachtig.
  4. Remco Onkenhout:
    8 juli 2025
    Yes de eland is gespot en gefotografeerd 👏👏
  5. Petra Willems:
    8 juli 2025
    Eindelijk, prachtig hoor!
  6. Liesbeth:
    8 juli 2025
    Ja missie geslaagd, jullie kunnen weer naar huis
  7. Jacqueline:
    9 juli 2025
    Wat een mooi avontuur en nog een eland gespot ook😁